Tuesday, May 27, 2014

Erkki-Sven Tüür: Piano Concerto – Symphony No. 7, "Pietas"

Concertonet. com
Marcus Karl Maroney
13/05/2014

Erkki-Sven Tüür: Piano Concerto – Symphony No. 7, "Pietas"
Laura Mikkola (piano), Frankfurt Radio Symphony Orchestra, NDR Choir, Paavo Järvi (conductor)
Recording: Alte Oper, Frankfurt (June 2009), hr-Sendesaal, Frankfurt (June 2010) – 62'41
ECM New Series 2341 – Booklet in English





Erkki-Sven Tüür weaves engaging sonic landscapes from the simplest, most familiar musical materials. Simple scalar figures and weaving gestures are dressed up in tintinnabulary orchestration, and harmonies often use familiar chords. What Tüür does is combine and layer these recognizable parts in surprising new ways. His training as a percussionist and background as a rock musician imbue his works with rhythmic vitality that is never straight-laced. There is a penchant to lapse into rock or jazz-derived passages, some of which seem to connect with their surroundings and some of which seem directly in conflict.

The works on this recording, an abstract concerto and a programmatic symphony, were both written in the first decade of this century for the Frankfurt Radio Symphony Orchestra. Each begins with a percussed unison, from which an opening Klang organically grows. This leads to the first choral entry in the Seventh Symphony.Here, the voices emerge almost as an instrumental family instead of familiar vocal sonorities. The text for the symphony is diverse, consisting of aphoristic, pacific utterances from sources as diverse as Mahatma Gandhi, Jimi Hendrix, and St. Augustine, all sung in English. A three-line refrain from Siddhartha Gautama gives the work a clear audible structure. Much of the choral writing is homophonic and is divided by motivically busy but harmonically static orchestral episodes. The orchestral writing holds the attention more readily than the choral moments, perhaps because of its more diverse gestural vocabulary, but the vocal portions are beautifully sung, effectively conveying the elegance and simplicity of the texts.

The Piano Concerto is a more tempestuous work. The three connected movements grow out of a gong-like low C, and influences from the electronic studio and spectralist school are omnipresent. The work seems to grow and blossom until the climactic transition into the third movement, heralding an unexpected jazzy episode. This jarring stylistic juxtaposition
re-accumulates into an ever more extroverted climax, followed by a peaceful, almost Impressionistic denouement.

In both works, Paavo Järvi leads the Frankfurt musicians expertly. Rhythms are precise and ECM's excellent recorded sound allows every detail of Tüür's imaginative orchestration to sparkle. The NDR Choir sings with excellent blend and diction in the Symphony, and pianist Laura Mikkola plays with panache in the Piano Concerto. Throughout, it is clear that these musicians are excellent Tüür evangelists , and devotees of this composer need not hesitate to heed their call. Newcomers may find Tüür’s shorter works a better starting point, but all listeners will find this recording engaging.
http://www.concertonet.com/scripts/livres.php?ID_cd=3136


Wednesday, May 14, 2014

Tüür: Pianoconcert (2006) - Symfonie nr. 7

Opusklassiek.nl
Aart van der Wal
Mai 2014
Tüür: Pianoconcert (2006) - Symfonie nr. 7 (Pietas) (2009)
Laura Mikkola (piano), NDR-Chor, Frankfurt Radio Symphony Orchestra o.l.v. Paavo Järvi
ECM New Series 2341 4810675 • 63' •
Opname: juni 2009, Alte Oper, Frankfurt am Main; juni 2010, hr-Sendesaal, Frankfurt am Main
















Erkki-Sven Tüür ( Kärdla, Estland, 1959) is niet de eerste componist die zijn muzikale ei eerst legde in de popcultuur om daarna al snel over te stappen naar meer avant-gardistische uitingen en inmiddels een dusdanige reputatie heeft opgebouwd dat zijn composities voor een min of meer consistente inkomensbron zorgen. Bovendien was Tüür niet de eerste componist die door het Duitse ECM-label, opgericht en gerund door de ‘begeisterte' Manfred Eicher, op de been werd geholpen.
Hoe componeert Tüür? In een eerdere recensie heeft collega Siebe Riedstra dat treffend omschreven: “ Tüür begon in een stijl waarin hij als in een mozaïek minimalistische elementen combineerde met blokjes serialisme. Inmiddels heeft zijn stijl zich zover ontwikkeld dat uit al die ongelijksoortige elementen een werkelijke synthese is ontstaan waarbij de ontwikkeling in de binnenstemmen in de verte aan Sibelius doet denken.”
In het prille begin van de eerder door mij besproken uitvoering van de Zesde symfonie stappen we in midden in de klankwereld van de Tweede Weense School, en met name in die van Alban Berg, met reminiscenties aan diens Drei Orchesterstücke op. 6. Evenmin bedient hij zich van de techniek van de collage, voor het eerst in de symfonische praktijk gebracht door Gustav Mahler en later tot in het absurde door Alfred Schittke geëxploreerd. Tüür zocht het evenmin in de meest uiteenlopende buitenmuzikale voorstellingen om zijn muziek daarmee een (laat)romantisch dictum mee te geven. Het begrip 'symfonie' zoals ons dat doorgaans voor ogen staat, ziet Tüür meer als een zekere 'code' voor zijn toehoorders, opdat zij - met deze notie voor ogen - zijn muziek begripvol kunnen binnentreden. Die code richt zich met name op de structurele aspecten, als tegenhanger van het fragmentarische karakter van de hedendaagse beeld- en geluidsbeleving. Tüür: "One may take an MTV format as an example. Even the visual part whose purpose is to support the understanding of the music, is fragmented. Of course, this is not a problem exclusive to music. My purpose is to show the symphony as a vital genre capable of absorbing and integrating the sound material, which, paradoxically, originates from the aforementioned fragmented world. I would like to demonstrate that integral conception is possible even in the modern sound world."
Hoezeer er ook sprake is van verschillende vormen die binnen een deel geleidelijk worden ontwikkeld, de organische constructie ervan vormt een onaantastbaar geheel. Tüür bereikt dat door ieder nieuw idee rechtstreeks te koppelen aan het voorafgaande, waardoor de muziek binnen de coherent gehouden cesuur de rusteloze thematische, melodische of harmonische ontwikkeling van Tüürs individuele taal spreekt. Wie dieper in deze structuren duikt vindt weliswaar de traditionele symfonische vorm (sonate-allegro, zij het met gevarieerde recapitulatie, naast scherzo en liedvorm) terug, maar de context ervan is een geheel andere dan die van de achttiende- en negentiende-eeuwse , ja zelfs twintigste-eeuwse traditie. Tüür klampt zich niet vast aan de historisch geordende stijlfiguren en compositietechnieken, maar hij lijkt zich er eerder tegen af te zetten.
De Zevende symfonie, gecomponeerd in 2009, is waarschijnlijk het eerste grote orkestwerk dat ooit werd opgedragen aan de Dalai Lama http://nl.wikipedia.org/wiki/Dalai_lama , maar belangrijker is misschien nog wel dat het Tüür daarin min of meer dezelfde compositietechnieken heeft toegepast als in zijn Zesde: geen historisch geordende stijlfiguren, maar lagen, waarbij iedere laag in een daaruit opgebouwd geheel staat. De structuur van deze muziek kent in haar gelaagde vier verschijningsvormen (melos, harmonie, ritme en instrumentatie) zowel statische als actieve eigenschappen. Het voortdurend wisselende karakter daarvan levert, niet in de laatste plaats door Tüurs compositorische raffinement, bijzonder spannende muziek op. Wat hij over zijn Zesde symfonie opmerkte, kan evengoed voor de Zevende gelden: “My purpose is to show the symphony as a vital genre capable of absorbing and integrating the sound material, which, paradoxically, originates from the aforementioned fragmented world. I would like to demonstrate that integral conception is possible even in the modern sound world."
De Zevende is een waar ‘monnikenwerk' geworden (dat begrip mag in dit geval letterlijk worden genomen). De door een gemengd koor gezongen verbindende tekstfragmenten, aforismen van Siddharta Gautama, Mahatma Gandhi, Jimi Hendrix(!), Augustinus, Moeder Teresa en Deepak Chopra zijn uiterst zorgvuldig gekozen. Enige voorbeelden: ‘Een oog voor een oog maakt de wereld blind' (Ghandi), ‘Vul je geest met compassie' (Gautama), ‘Als je over mensen oordeelt, heb je geen tijd om ze lief te hebben' (Teresa).
Evenals de Zevende symfonie is het in 2006 gecomponeerde Pianoconcert een opdrachtwerk van het Radio Symfonie Orkest uit Frankfurt, dat (uiteraard) de première verzorgde, in de Alte Oper. Het werk is weliswaar fraai opgebouwd in ‘concertare' stijl, maar de ‘wedijver' tussen solist en orkest gaat in dit geval gepaard met een ander soort gelaagdheid: niet die in de Zesde en Zevende symfonie beproefde zowel horizontale als verticale model, maar in de betekenis van horizontale vlakken in verschillende graden (niveauverschillen) ten opzichte van elkaar. Solist en orkest reageren rechtstreeks op elkaar, in de vorm van een complex vraag- en antwoordspel. Het is een voortdurend buigen of barsten, rusteloosheid domineert, de spanning is om te snijden en de enorme dissonante climaxen brengen uiteindelijk geen ‘verlossing' teweeg. Alleen aan het slot wordt de schreeuw een gebed. In de woorden van de componist: “The residual incandescence gives a glimpse of that ‘something' which inspired this whole journey in the first place.”
Het pakt in het Pianoconcert uit als een flitsende combinatie: Laura Mikkola en Paavo Järvi, maar ook in de Zevende symfonie etaleren de samengebundelde een overtuigingskracht van jewelste, met een in alle opzichten superieur zingend koor en dito spelend orkest. Evident is ook het authentieke karakter van deze uitvoeringen, in aanwezigheid van de componist. De opname is van een transparante schoonheid en sonoriteit, essentieel om deze muziek optimaal te ‘verstaan'. ECM heeft al heel veel gedaan aan het stimuleren en verspreiden van eigentijds repertoire. Deze cd is er het zoveelste bewijs van. Kom daar maar eens om bij de zogenaamde ‘majors' (overigens meer in naam dan in daad).

 http://www.opusklassiek.nl/cd-recensies/cd-aw/tuur02.htm

Sunday, May 11, 2014

Erkki-Sven Tüür, Symphony No. 7 “Pietas”, Piano Concerto, Frankfurt Radio Symphony Orchestra, NDR Choir, Paavo Järvi

classicalmodernmusic.blogspot
Grego Applegate Edwards
9.05.2014
So many good composers out there today, so many new voices to hear! Today Erkki-Sven Tüür's Symphony No. 7 “Pietas”, Piano Concerto (ECM New Series) with Laura Mikkola as piano soloist, the Frankfurt Radio Symphony Orchestra and NDR Choir, all conducted by Paavo Järvi. This is the sixth release by the Estonian composer for ECM New Series, so he is not precisely "new" in the unknown sense; nevertheless he is one of the voices of our time that needs to be heard.
Tüür was born in 1959, set about composing early on and received his first significant international recognition in the Finland of the later '80s. He has been going at it in the public eye ever since. I covered a disk that included a Tüür composition here on November 17, 2011. That was only a teaser because both works on the present release are lengthy and formidable.
Tüür avoids eclecticism and instead composes music in his own unified modernist way. The give and take of orchestra, piano and choir (the latter for the symphony) does not show traces of the pointillism of the Darmstadt School but moves along in blocks of sound that typify the section approach of late romantics and proto-modernists, though much more within a singular maelstrom of asymmetry at times and in varying combinations. The melodic-harmonic flair he so readily shows is both progressive in advanced modernist terms but also singularly his.
In the symphony the orchestra contrasts with the choir as separate entities with their own musical agenda. In contrast the piano and the orchestra in the concerto tend to work together in a dialog typical of the concerto form. But what music!
Both are movingly expressive, wonderfully orchestrated, brilliantly conceived works that give notice: Erkki-Sven Tüür has arrived. He is important to the "world new music" coming out today and we need to listen to him closely.
The performances are weighty and dynamic, beautifully wrought. The sound is glorious. Laura Mikkola plays a wonderfully catalytic role in the concerto. The accent is on new, because Tüür brings us that in a totally idiomatic way, as himself. Very recommended!
http://classicalmodernmusic.blogspot.fr/2014/05/erkki-sven-tuur-symphony-no-7-pietas.html

Tuesday, May 06, 2014

Poulenc

Magazine Opéra
Jacques Bonnaure


L’Orchestre de Paris & Nicolas Angelich jouent Brahms: du caractère, de la présence et de la prestance

TLC
Marie Charlotte Mallard
25/04/2014

Cette semaine l’Orchestre de Paris consacrait ses deux concerts à Johannes Brahms, accompagnant le pianiste Nicolas Angelich sur les Concerto pour piano n°1 et 2 et donnant la Symphonie n°1 en ut mineur, op 68. Nous étions ce jeudi au concert  et nous sommes délectés d’un spectacle éblouissant de force, de précision et de justesse. Brahms nous apparut fait pour l’Orchestre de Paris et nous n’eûmes qu’une envie, en demander encore !
En prélude l’orchestre donnait l’Ouverture pour une fête académique, op 80 d’où se dégage solennité, grandiloquence auquel se mêlent de-ci de-là facétie et accents populaires. A peine l’ouverture fut-elle commencée que l’on note le son feutré de l’orchestre puis plus loin sa majesté. Une richesse qui nous laissait ainsi présager du meilleur pour la suite de la soirée.
De Nicolas Angelich l’on apprécie particulièrement sa sensibilité et son touché d’une délicatesse extrême. Profondément habité, prenant d’immenses respirations, soufflant les notes une à une même dans les traits les plus véloces, le musicien n’a de cesse à chaque prestation et qu’importe le répertoire de nous élever, de nous accrocher puissamment à ses doigts. Le concert de ce soir ne dément pas ce constat.
Le Concerto pour piano n°2, en si bémol majeur, op 84 de Brahms est éminemment virtuose, et là où la pièce revêt un aspect singulier et attachant, c’est que bien que le piano soit voué à un rôle virtuose, il n’est néanmoins pas érigé en roi. Plus qu’un simple concerto c’est une œuvre symphonique à part entière. L’orchestre est autant acteur, puissant, et emporté, que l’instrument soliste. Capable d’amener son instrument vers des pianississimo abyssaux à peines audibles, comme dans des fortississimo agressifs sans jamais marteler ou brutaliser le clavier, Nicolas Angelich nous livre ce soir encore une prestation unique. Peu de choses à dire, les notes coulent si facilement, oscillant entre douceur cristalline et caractère affirmé tandis que l’Orchestre de Paris est dirigé par la poigne affirmée et déterminée de Paavo Järvi qui ce soir semblait nager comme un poisson dans l’eau dans ce répertoire. Aimant à mettre en lumière puissance orchestrale, richesse des timbres et des couleurs, il marque fermement le rebond, dessine clairement les contours laissant chanter les solistes et mesurant les nuances, pour mieux mettre à jour l’architecture et édifier ce concerto symphonique comme on bâtit une cathédrale. Orchestre et soliste dialoguent attentivement, comme en témoignent les passages solos du cor au premier mouvement ou du violoncelle au troisième, qui soit dit en passant nous donna la chair de poule tant la couleur chatoyante et automnale de son chant fut bouleversante. Nicolas Angelich et l’orchestre se portent et s’inspirent l’un et l’autre, se transmettent couleurs et sentiments avec aisance et agilité. Ainsi, l’unité qui crève la scène rend la prestation d’autant plus appréciable, chaque musicien est pleinement investi, aussi, à chaque fin de mouvement nous eûmes l’envie d’applaudir. Subjuguant, captivant de bout en bout, le Concerto n°2 de Brahms enflamma la salle qui applaudit à tout rompre les musiciens. En bis, Nicolas Angelich interprétera comme à son habitude un extrait des Scènes d’enfants de Schumann.
Après la pause, l’orchestre donnait la Symphonie n°1 en ut mineur, op 68 de Brahms que nous attendions impatiemment. Le musicien mit longtemps à se décider à l’écrire, de peur de se confronter au maître Beethoven. L’œuvre est d’ailleurs très inspirée et marquée par cet héritage, en témoigne la robustesse qu’elle exulte, symbolisée dès l’entrée par le martèlement appuyé de la timbale. Que dire si ce n’est qu’elle fut l’apothéose d’une soirée déjà bien commencée. Pour ce qui est de montrer la grandeur, la force on sait que Järvi est l’homme qu’il nous faut, mais tout l’intérêt était aussi d’éclairer l’interprétation en mettant en avant son héritage: celui de Beethoven comme celui d’Haydn également. Le chef joue avec le nuancier mais surtout avec le tempo afin de faire ressortir de l’architecture de la pièce les fondements musicaux dont s’est s’inspiré le compositeur. Une démarche confirmant ainsi les qualités narratives de Paavo Järvi. Tout se déploie naturellement, les paysages harmoniques se créent sous la baguette tantôt sèche et emportée, tantôt souple, aérienne et moelleuse notamment au second mouvement, du maestro estonien. Un mouvement dont on retiendra la délicatesse, la brillance et la légèreté du chant du hautbois auquel s’oppose le chant plus tendu des cordes. Le dernier mouvement sera tout bonnement éclatant, extraordinaire de caractère, d’énergie et brillant de robustesse.
Inutile de préciser que ce fut une ovation salle Pleyel. En bis, l’Orchestre de Paris donnera la première des Danses Hongroises de Brahms. De bout en bout, tout au long des deux heures de concert, l’orchestre a su nous embarquer dans l’univers de Brahms, à aucun moment l’attention du spectateur ne retomba.
Le concert du 23 Avril donnant cette fois le Concerto pour piano n°1 en ré mineur op 15 de Brahms et la symphonie n°1 est à revoir sur ici, sur concert.arte.tv.

 http://toutelaculture.com/musique/classique-musique/live-report-lorchestre-de-paris-nicolas-angelich-jouent-brahms-du-caractere-de-la-presence-et-de-la-prestance/

Erkki-Sven Tüür

The Atrtdesk


Erkki-Sven Tüür: Symphony no 7 'Pietas', Piano Concerto Laura Mikkola (piano), NDR Choir, Frankfurt Radio Symphony Orchestra/Paavo Järvi (ECM)
Estonian composer Erkki-Sven Tüür's 2006 Piano Concerto sounds spectacular on this ECM disc. It's the sense of air, the colour – this is extravagantly scored music, but Tüür always gives his ideas space to blossom and breathe. Not that there's any indulgence and waffle either; a strength of the work is its concision, and after 20 minutes you're left wishing the work was longer. The years that Tüür spent as keyboardist and composer for the Tallinn prog-rock outfit In Spe must have helped him think quickly and avoid indulgence. The concerto's three-movement structure is easy to assimilate – the slow, primeval opening music smartly realised. Soloist Laura Mikkola slowly summons a recalcitrant orchestra into life, starting with a thunderous pedal C. Her playing is beyond reproach. At times it's as if there's a third hand helping out – a brilliant passage four minutes into the opening section has a high staccato one-note pattern ringing out over fiendish swoops and swirls in left hand.  Tüür's percussion writing is spectacular, especially in the groovier finale. And he leaves us wanting more; the concerto's coda a haunting, bleached landscape.
Tüür's choral Symphony no 7 is subtitled Pietas – in Paul Griffiths' words, “the symphony, as voiced by its voices, is prayer.” That the vocal sections are sung in English translation does highlight the occasional banalities of texts which could have been extracted from The Little Book of Calm. The thoughts of the great Jimi Hendrix sit a little uneasily alongside those of Mother Teresa and Saint Augustine. Somehow it all hangs together though – the luminous orchestral textures offer consistent pleasure, and Tüür's choral writing is assured and idiomatic. Excellent performances and superb engineering.

Seventh Symphony, Piano Concerto

Sonograma
Nuria Serra
29/04/2014

Títol: Seventh Symphony, Piano Concerto
Autor: Erkki-Sven Tüür
Intèrprets: Laura Mikkola
Frankfurt Radio Symphony Orchestra
NDR Choir
Direcció: Paavo Järvi
Segell discogràfic: ECM Records
Suplement-Discos-Erkki-Sven-Tuur
La inesgotable curiositat i la capacitat d’expressar un sentiment fortament espiritual són elements de l’alè compositiu del compositor estonià Erkki-Sven Tüür. Va néixer el 1959 a Kärdla, a l’illa estoniana de Hiiumaa i la seva formació musical ha estat, bàsicament, autodidàctica.
Durant una colla d’anys, Tüür ha concebut la composició com la creació d’un espai interior on s’hi succeeixen una gran quantitat d’accions.
La construcció quasi arquitectònica de la partitura, l’ordenació del temps, l’escultura sonora i l’energia musical són alguns dels aspectes que mantenen l’autor en una intensa dedicació musical.
Comisionada per la Frankfurt Radio Symphony Orchestra i la Cincinnati Symphony Orchestra, la Setena Simfonia, «Pietas» (2009), dedicada al Dalai Lama, és una simfonia coral basada en la utilització de vectors i sonoritats expandides. Els textos que el cor canta NDR són petites frases de Siddharta Gautama, Mahatma Gandhi, Jimi Hendrix, Sant Agustí, la Mare Teresa de Calcuta i Deepak Chopra. Tot un mosaic d’espiritualitat.
Paavo Järvi, seductor i intel·ligent, comunica als músics de l’orquestra alemanya una imatge exuberant del so, i amb una delicadesa extraordinària, ordena el material musical d’aquesta partitura amb una precisió mil·limètrica.
Quant a la pianista finlandesa, Laura Mikkola, sembla que hi ha una perfecta connexió amb el compositor. Se sap que és una pianista experimentada que s’ha guanyat una merescuda reputació per la seva capacitat de comprendre intel·lectualment i sensitivament les obres que interpreta.
En el Piano Concerto (2006)hi ha moments impactants. Mikkola aconsegueix un clímax explosiu, en el qual s’hi juxtaposen capes melòdiques de seccions que evoquen el jazz modern sobre un fons orquestral d’una atmosfera harmònica densa i dramàtica. En qualsevol cas, es fa evident els dos plans sonors que vol Tüür: l’orquestra i el piano dialoguen contínuament. I això, també és mèrit dels intèrprets.

http://www.sonograma.org/suplement-de-discos/seventh-symphony-piano-concerto/